Vrijhouden van stoepen
Volgens het politiereglement betreffende de openbare rust, veiligheid, gezondheid en overlast dient iedere inwoner het voetpad sneeuw- en ijsvrij te houden.
De sneeuw of het ijs moet op de uiterste rand van het voetpad gelegd worden zodat er voor de voetgangers voldoende ruimte overblijft en dat gladheid vermeden wordt. Er moeten tevens voldoende openingen zijn voor het afvloeien van het dooiwater. Tevens dienen de brandkranen en riooldeksels vrij te blijven. Bij een te smal voetpad moet de sneeuw of het ijs op de weg opgehoopt worden, zo dicht mogelijk bij de stoeprand, maar op die wijze dat de greppels, riooldeksels, autobushaltes, rioolmonden en overig materiaal van openbaar nut vrij blijven.
Langs de onbewoonde huizen, andere bebouwde eigendommen of onbebouwde
bouwpercelen moeten de eigenaars, huurders of beheerders hiervoor instaan.
Voor de woningen bewoond door verschillende gezinnen en waar geen conciërge is,valt de verplichting ten laste van alle bewoners van het gebouw volgens de bepalingen opgenomen in de basisakte of het reglement van mede-eigendom.
Voor openbare inrichtingen valt de verplichting ten laste van de beheerder.