Nacht van de duisternis

Vlaanderen is een van de meest verlichte regio’s. Dit komt omdat er zeer ondoordacht wordt verlicht: te fel en verkeerd gericht. Soms schijnt het licht gewoon naar boven, de sterrenhemel in. Of rechtsreeks in slaapkamers van woningen. Of worden er rustige veldwegen verlicht alsof het drukke steenwegen zijn. De oplossingen liggen nochtans voor de hand.
Verlichting moet zo weinig mogelijk opwaarts worden gericht, mag niet te fel zijn en er mag enkel worden verlicht waar zinvol en op tijdstippen dat het zinvol is. Ze moet afgesteld kunnen worden in functie van verkeersdichtheid en weersomstandigheden. Wanneer de maximale capaciteit van de lampen niet nodig is, moet er gedimd kunnen worden, zonder dat de verkeersveiligheid of de veiligheid in het algemeen in het gedrang wordt gebracht.

Te veel verlichting is niet zonder gevolgen. Het zorgt ten eerste voor energieverspilling. We kunnen geld besparen door minder te verlichten en dragen op die manier ook bij aan de strijd tegen de klimaatverandering. Ten tweede heeft lichthinder gevolgen voor fauna en flora. De natuurlijke dag- en nachtcyclus van planten en dieren wordt verstoord door het overmatige licht en dit heeft een invloed op de groei en het dagelijkse leven van planten, dieren en mensen.

Lichthinder in de kijker


Om de lichthinder in de kijker te zetten organiseren we jaarlijks de nacht van de duisternis.

De gemeente Gingelom neemt aan deze actie deel door i.s.m. Infrax de avondverlichting te doven om 19u i.p.v. om 23u. Ook de klemtoonverlichting van de kerken van Mielen, Jeuk, Boekhout en Montenaken wordt uitgeschakeld.