Inhoud
Als een persoon in een woonzorgcentrum wordt opgenomen, kan men naar een waarborg of borgstelling vragen om zo de zekerheid te hebben dat de verblijfskosten van deze persoon gaan betaald worden.
Als de persoon die opgenomen wordt in een woonzorgcentrum kinderen heeft, wordt die borgstelling vaak aan de kinderen gevraagd.
Als niemand een dergelijke borgstelling wil of kan tekenen, kan het woonzorgcentrum aan het OCMW van de gemeente waar de oudere ingeschreven stond op het moment van de opname een betalingsverbintenis vragen. Dit is een verklaring waarbij het OCMW zich borg stelt voor de betaling van de verblijfskosten in het woonzorgcentrum, de medische kosten en een wettelijk vastgelegd bedrag aan maandelijks zakgeld voor de oudere.
Als een OCMW een borgstelling heeft gegeven wanneer een persoon opgenomen is in een woonzorgcentrum, staat het OCMW dus garant voor de betaling van een aantal kosten.
Voorwaarden
De maatschappelijk werker zal jouw sociale en financiële situatie onderzoeken. Je zal in de eerste plaats zo veel mogelijk jouw eigen middelen moeten gebruiken om de kosten te betalen.
Bewijs
Je neemt best jouw identiteitskaart mee.
Procedure
-
Je wordt, als kind van de ouder die in het woonzorgcentrum verblijft, gecontacteerd door het OCMW en wordt gevraagd naar het OCMW te komen.
-
Een maatschappelijk werker heeft een gesprek met jou om jouw sociale en financiële situatie te evalueren. Er kan ook een sociaal onderzoek gevoerd worden.
Het OCMW zal de sociale en financiële situatie van de bejaarde onderzoeken. Na het afleveren van de borgstelling beheert het OCMW ook de financiële middelen van de persoon die is opgenomen.
Uiteraard zal het OCMW eerst de eigen middelen van de bejaarde gebruiken om de kosten te betalen. Zijn deze op, dan zal het OCMW het tekort zelf bijpassen. Aangezien in Gingelom de onderhoudsplicht is afgeschaft, zal het OCMW niet bij de kinderen aankloppen om het tekort aan middelen te recupereren.
